zondag 10 juli 2011

Ongoing debate

Dit is mijn laatste blog vanuit Australië, vanuit tropical Queensland om precies te zijn. Het is bijna onvoorstelbaar, maar gedurende de ruim zes maanden dat ik hier was, is klimaatverandering niet weg geweest uit het nieuws. Laat ik de laatste actualiteiten nog even langslopen. Om te beginnen is daar de ongekend lage populariteit van de premier, Julia Gillard. Zij heeft zichzelf de das omgedaan met het voorstel om, vooruitlopend op een systeem van emissiehandel naar Europees voorbeeld, een klimaatbelasting te introduceren. Haar dagen als premier lijken geteld in dit land waar de leiding van politieke partijen de actuele populariteit van politici volgens polls bepalend laten zijn. Ondertussen lijkt de introductie van de carbon tax wel door te gaan en spitst de discussie zich toe op het compensatieprogramma: hoeveel geld krijgen de lage inkomens van de overheid om de verwachte stijging van de energierekening door de klimaatbelasting te compenseren?
En dan waren er doodbedreigingen aan het adres van klimaatwetenschappers aan de Australian National University in Canberra. De leiding van de universiteit heeft hen vervolgens op geheime locaties gehuisvest om de dreiging het hoofd te bieden. De rector van de universiteit vertelde de media dat de wetenschappers behoorlijk aangedaan waren. “Academics and scientists are actually really not equipped to be treated in this way. The concept that you would be threatened for your scientific views and work is something that is completely foreign to them."
Ook verscheen een nieuw rapport met de laatste inzichten over zeespiegelstijging rondom Australië. De bestaande schattingen blijken te laag te zijn. Tussen 2000 en 2100 zal de gemiddelde stijging van de zeespiegel tussen 50cm en 1 meter zijn in plaats van tussen 18cm en 76cm, zoals tot dusverre aangenomen. Dit heeft vooral grote gevolgen voor laag geleden steden als Sydney en Melbourne. Verder blijken er grote regionale verschillen te zijn. Zo stijgt de zeespiegel in het noorden van Australië, rondom Arnhem Land (door Nederlandse zeevaarders begin 17e eeuw vernoemd naar de Nederlandse stad) met 7 mm per jaar, terwijl het mondiale gemiddelde op 3,2 mm ligt. Het hier gelegen Kakadu National Park, een van ‘s werelds mooiste tropische wetlands, zal hierdoor geheel van karakter veranderen. Van een groot zoetwatergebied wordt het een zoutwater getijdegebied met totaal andere flora en fauna. Slecht nieuws voor de hier nu nog voorkomende ongevaarlijke zoetwater krokodil (door de Aussies “freshie” genoemd), maar goed nieuws voor de levensgevaarlijke, soms wel 6 meter lange, zoutwater krokodil, die hier ook nu al in grote aantallen voorkomt.

maandag 27 juni 2011

CCS of algen?

Ondergrondse opslag van CO2, in klimaatjargon aangeduid als CCS (carbon capture and storage), wordt gezien als een belangrijke tussenstap op weg naar een samenleving die niet meer afhankelijk is van fossiele brandstoffen. De techniek om CO2 uit de lucht te halen bestaat al lang (denk aan het koolzuurgas in de cola). Bij nieuwe energiecentrales wordt de CO2 zelfs al voor de verbranding verwijderd. Het is het transport van de CO2 naar het opslaggebied en de opslag zelf die voor hoofdbrekens zorgt. Transport en opslag moeten namelijk zodanig gebeuren dat de CO2 niet, ja zelfs nooit meer, kan ontsnappen. Niet alleen zou dat immers alsnog voor klimaateffecten zorgen, ook wordt een ‘blow out’ als het grootste risico gezien. Een kleine lekkage uit een pijpleiding in Berkel en Rodenrijs in 2008 kreeg internationaal veel aandacht, al bleef de schade beperkt tot een aantal dode eenden. Het doemscenario dat iedereen voor ogen heeft is de grote ontsnapping van CO2 uit een meer in Kameroen als gevolg van vulkanische activiteit. Daarbij kwamen in 1986 1700 mensen door verstikking om het leven. Opslag in dun- of onbevolkte gebieden en in de zeebodem lijken daarom de meeste kans te maken, al speelt daar het nadeel van de benodigde lange transportleidingen. Zowel in Europa als in Australië zijn tal van proefprojecten die veelal nog in de opstartfase verkeren. Al in 2009 is een EU-richtlijn in werking getreden die regels stelt aan de ondergrondse opslag van CO2, vooral gericht op het voorkomen van nadelige effecten op het milieu, ook op de langere termijn. De belangrijkste juridische kwestie is die van de aansprakelijkheid. Wie draait op voor de schade als die er na enige tijd, bijvoorbeeld na 100 jaar, ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch blijkt te zijn? Voor Amerikaanse en Australische bedrijven is dit nu een reden voor grote terughoudendheid. In de EU is dit probleem opgelost door aansprakelijkheidsrisico na een bepaalde termijn over te laten gaan op de staat.
Inmiddels lijkt er al weer een nieuwe technologie te zijn die economisch veel interessanter is dan het opslaan van CO2, namelijk recycling van CO2. In Australië is een bedrijf opgericht dat via een industriële toepassing CO2 gebruikt bij de kweek van algen en daarmee dan o.a. veevoer, biobrandstof en grondstoffen voor medicijnen kan produceren. Ik ben benieuwd welke juridische vraagstukken hier weer mee samen blijken te hangen!

dinsdag 14 juni 2011

Frack it!

In de energiewereld is een ware revolutie gaande nu steeds grotere hoeveelheden zogenaamd onconventioneel aardgas worden gewonnen. Dit zogenaamde ‘coal seam gas’ (kolengas) of shale gas (schaliegas) wordt gewonnen uit gesteente door onder hoge druk grote hoeveelheden water en zand in het gesteente te brengen dat daardoor breekt, waardoor het gas vrijkomt. Dit proces heet ‘fracking’. Na winning kan het worden gebruikt zoals conventioneel aardgas. Er zijn grote voorraden onconventioneel gas, vooral in Australië, Canada en de VS, waar nu al meer schaliegas wordt gewonnen dan conventioneel aardgas. Ook onder de gasbel van Slochteren zit waarschijnlijk een grote hoeveelheid van dit gas. De energiesector stort zich massaal op onconventioneel gas omdat het een veel schonere energiebron is dan steenkool en daarom zou kunnen dienen als een tijdelijke vervanger van steenkool totdat duurzame energie op grote schaal beschikbaar is. De verbranding van aardgas gaat namelijk met veel minder verontreiniging gepaard dan de verbranding van steenkool.

Langzaam neemt echter ook de kritiek toe op deze “schone” fossiele energiebron. Het gas dat wordt gewonnen is methaangas, wat in de eerste twintig jaar na winning meer dan 100 keer zo veel effect op het klimaat heeft als CO2. Het probleem is vooral dat bij het winnen, bewerken en transporteren een klein percentage van dit hyperactieve broeikasgas ontsnapt in de atmosfeer. Amerikaanse onderzoekers hebben recent gevonden dat hierdoor het negatieve effect van onconventioneel gas op het klimaat wel eens 20% groter zou kunnen zijn dan het effect van steenkool. Andere nadelige milieueffecten worden nu ook gezien. Omwonenden van een schaliegasbron in de Amerikaanse staat Arkansas hebben eind mei een schadeclaim van 4,75 miljard USD Ingediend tegen het Australische bedrijf BHP Billiton, verantwoordelijk voor de productie van schaliegas aldaar. De winning zou geleid hebben tot vervuiling van het grond- en oppervlaktewater en zelfs tot een aardbeving met een sterkte van 4.7. Shell, actief bij de winning van kolengas in Queensland, hier in Australië, kreeg onlangs te maken met een gas- en waterexplosie. De diverse overheden gaan daarom over tot het stellen van striktere milieu-eisen aan de winning van schaliegas. Hoewel de eerste resultaten daarvan lijken te wijzen op een vermindering van de methaanemissie in de atmosfeer, is het nog onduidelijk of daarmee alle schadelijke effecten kunnen worden voorkomen. Het is dus de vraag of de aanvankelijke euforie over deze nieuwe schone fossiele energiebron stand houdt.

woensdag 1 juni 2011

Coastal adaptation

In het klimaatbeleid is wereldwijd veel aandacht voor kustverdediging. Zeespiegelstijging (in Nederland gecombineerd met bodemdaling), toenemende stormintensiteit en toenemende hoge waterstanden in de rivieren zorgt voor een toenemend overstromingsgevaar. Het Nederlandse parlement behandelt nu een voorstel voor een nieuwe Deltawet waarmee aan deze gevaren het hoofd moet worden geboden. Deze wet, samen met de reeds bestaande wetgeving, behoort tot de meest geavanceerde van de wereld. Maar ja, meer dan de helft van ons land is dan ook vatbaar voor overstroming door zee en/of rivier.
Anders dan in Nederland is veel van het kustgebied rond de steden aan de oost- en zuidkust van Australië in handen van particuliere grondeigenaren. Deze “ocean view properties” zijn schitterend en onbetaalbaar. Dat maakt het voor de overheid moeilijk om kustverdedigingsmaatregelen te treffen. Er zijn nu al veel interessante rechtszaken hierover waarin de juridische lijnen worden uitgezet waarlangs dit deel van het klimaatrecht zich verder moet ontwikkelen. In essentie zegt de jurisprudentie dat overheden een kustbeschermingsbeleid moeten hebben waarin ze rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Of projecten in kustgebieden mogen doorgaan moet aan dit beleid worden getoetst. Maar wat te doen met bestaande situaties waarin huizen in zee dreigen te verdwijnen?
Een van de bekendste zaken is die van een rijke grondeigenaar in Byron Bay, ten zuiden van Brisbane. De overheid had besloten om een deel van het kustgebied niet te verdedigen tegen toenemend erosiegevaar, maar simpelweg prijs te geven aan de zee, als onderdeel van een groter plan om andere, meer vitale, delen beter te kunnen beschermen. De grondeigenaar wilden daarom zelf maatregelen nemen om zijn grondgebied te beschermen tegen kustafslag door versleten kustverdedigingswerken zelf te herstellen. De overheid gaf hiervoor geen toestemming om de genoemde reden. Toen het pleit in het voordeel van de grondeigenaar leek te worden beslecht, besloot de overheid alsnog zelf de oude kustverdedigingswerken te herstellen. Het is duidelijk dat dit slechts een tijdelijke maatregel is tot de volgende zware storm. Een definitieve oplossing ligt niet in het verschiet, te meer omdat grondeigenaren zich verzetten tegen het aanleggen van nieuwe, toekomstbestendige kustverdedigingswerken: hun grond zou daardoor immers niet meer direct aan zee liggen en als gevolg daarvan sterk in waarde dalen...

maandag 23 mei 2011

Fietsen in Sydney

Fietsend naar je werk gaan is in Sydney alleen weggelegd voor mensen die een kick krijgen van gevaar en voor mensen die het niet uitmaakt of ze de volgende dag nog halen. Het is, met andere woorden, spelen met je leven. Om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en meteen ook de totaal overbelaste verkeerssituatie in Sydney aan te pakken, probeert de overheid je op de fiets te krijgen. Mooie beleidsnota’s worden hierover geschreven, er worden stukjes fietspad aangelegd, er is zelfs een fraaie stadsplattegrond waarop netjes al die kleine stukjes fietspad zijn ingetekend, en veel bedrijven hebben een doucheruimte voor de fietsende werknemer die zich even wil omkleden. Fietsen doe je hier namelijk op een wielrenfiets in wielrentenue.
De praktijk is echter weerbarstig. De stukjes fietspad die er zijn beginnen en eindigen pardoes, zodat je, blij dat je eindelijk een stukje veilig kunt fietsen, al snel weer moet bekijken hoe je vijf drukke rijbanen overstekend weer aan de juiste kant van de weg kunt komen om je reis te vervolgen. Veel wegen in het centrum zijn overvol. De rijbanen zijn smal. Ruimte voor een fietser is er niet. Als je dan toch maar gewoon de ruimte “neemt” krijg je in het beste geval te maken met toeterende automobilisten, en in het slechtste geval met automobilisten die de door jou veroverde ruimte weer afpakken en je dus van de weg rijden. Dat automobilisten vaak boos zijn op fietsers is trouwens niet helemaal onbegrijpelijk als je ziet hoe veel fietsers zich gedragen. Meestal zijn het stoere jonge mannen (type breedgeschouderde, getatoeëerde Australische surfer). De stoep op en af rijden om files te omzeilen, kruispunten dwars oversteken, door rood rijden, het maakt ze allemaal niet uit. De minder stoere fietsers, waartoe ik mezelf reken, kiezen er vaak voor om over het trottoir te fietsen. Dat mag niet, maar de politie staat het toe omdat ze wel inzien dat het veiliger is dan op de weg fietsen.
Sydney heeft nog een lange weg te gaan voordat fietsen hier net zo gewoon is als in Nederland. Eén ding is wel al hetzelfde: na de eerste dag dat ik hier gefietst had werd mijn fiets al gestolen...

woensdag 4 mei 2011

Do you know today's Bush Fire Danger Rating in your area?

Onderweg voor een weekendje weg aan de zuidkust van New South Wales schreeuwde een groot reclamebord naast de weg mij die vraag toe. Hmm... Had ik een paar kilometer eerder niet een bord zien staan, verdeeld in een aantal gekleurde vlakken van groen naar rood met daaronder een pijl? Naar welk vakje wees die pijl nu toch ook weer?
Australiё heeft een jarenlange periode van grote droogte achter de rug met enorm veel zeer zware bosbranden. Het bekendst zijn wel de Black Saturday Bushfires van 6 februari 2009 in Victoria, waarbij 173 doden vielen. Door klimaatverandering nemen bosbranden in aantal en intensiteit toe. Daarom is de afgelopen jaren een omvangrijk adaptatieprogramma ontwikkeld om de mensen beter voor te bereiden op deze branden. De meeste mensen weten heel goed of ze in een gebied wonen dat vatbaar is voor branden. In die gebieden kun je op allerlei manieren de risicocategorie van de dag opzoeken (variёrend van low tot extreme of zelfs catastrophic). Er is een ‘household assessment tool’ waarmee je zelf kunt bepalen wat in jouw situatie het beste is als er een brand is: ‘leave early’ of ‘stay and defend’. Er is een ‘bush fire survival plan’ waarin staat wat je allemaal moet doen om je huis beter te beschermen tegen een brand, compleet met ‘prepare your property checklist’.
Onlangs is in NSW een omvangrijk overheidsprogramma afgerond waarmee alle scholen brandveilig zijn gemaakt door een reeks aan maatregelen, afhankelijk van de situatie ter plekke, zoals het weghalen van begroeiing dichtbij het gebouw, het verbeteren of aanleggen van een vluchtroute, het brandbestendiger maken van het gebouw, en, in één geval waar het risico ondanks deze maatregelen zeer hoog bleef, het aanschaffen van een helikopter die ingeval van een brand de kinderen kan evacueren. Ook worden regelmatig door de brandweerdiensten gecontroleerde branden aangestoken om daarmee de intensiteit van een “echte” bosbrand te verminderen.
Australiё probeert te leven met bosbranden. In Nederland is een periode van droogte zoals we die nu zien uitzonderlijk en zijn maatregelen zoals deze hopelijk niet nodig.

dinsdag 26 april 2011

Connectivity

Wetenschappers zien vooral in de natuur de eerste gevolgen van klimaatverandering. Vogels komen eerder terug van overwintering of trekken zelfs helemaal niet meer weg. Vlinders komen in heel andere gebieden voor dan voorheen. Planten vestigen zich in hoger gelegen gebieden. Biologen die onderzoek doen naar deze verschijnselen concluderen dat veel dier- en plantensoorten gaan uitsterven simpelweg omdat er een grens is aan de mogelijkheden van aanpassing. Een vogel kan wel eerder terugkeren uit zijn overwinteringsgebied maar als de rups die de belangrijkste voedselbron is niet tegelijkertijd ook eerder ten tonele verschijnt overleeft de vogel niet. En een berg houdt op een gegeven moment op: de plant kan niet verder omhoog dan de top! Zij adviseren beleidsmakers om vooral te zorgen voor grote beschermde natuurgebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. Dat geeft dieren en planten de ruimte om te migreren naar nieuwe geschikte leefgebieden.
In Australie, zoals in veel andere landen, is ‘connectivity’ dan ook een hot topic. Er zijn verschillende initiatieven om natuurlijke corridors te maken tussen bestaande natuurgebieden, dwars door landbouwgebieden en dorpen en steden. Door slimme projecten met een grote betrokkenheid van private partijen en lokale gemeenschappen blijkt het mogelijk om duizenden kilometers lange natuurlijke corridors te maken, zoals de ‘great eastern ranges-corridor’ die de hele Australische oostkust beslaat.
In Nederland is het huidige kabinet, in weerwil van de roep om meer ‘connectivity’, de ecologische hoofdstructuur aan het afbouwen, vooral om financiёle redenen en vanwege verzet vanuit de landbouwsector. Het ‘great eastern ranges-project’ beschikt niet over veel middelen, maar probeert via een lokale, projectmatige aanpak met kleine financiёle prikkels de ecologische én economische voordelen te laten zien en landeigenaren enthousiast te maken. De manier waarop het Nederlandse natuurbeleid momenteel wordt uitgedragen verbleekt volledig bij de geestdrift en passie bij Australische politici die hiermee op het niveau van de deelstaat en lokaal niveau bezig zijn.